doch

de
nl
Change language
Translating...
maar, toch, echter, toch, uiteindelijk
Zoek taal
/dɔx/
Add to My Dictionary
In My Dictionary
+1
Een klein Duits contrastwoord dat maar of toch kan betekenen, een verwachting corrigeert, een zin met nadruk of houding kleurt, of ja zegt op een ontkennende vraag.

Voorbeelden

  • War das nicht zu teuer? – Doch.
    Was dat niet te duur? – Jawel.
  • Das Kind schlief zuerst nicht, wurde dann doch müde.
    Het kind sliep eerst niet, maar werd daarna toch moe.
  • Ich wollte kommen, doch der Zug fiel aus.
    Ik wilde komen, maar de trein viel uit.
  • Das klingt einfach, doch es braucht Übung.
    Dat klinkt eenvoudig, maar het vraagt oefening.
  • Hast du sie nicht angerufen? – Doch.
    Heb je haar niet gebeld? – Jawel.

Gelijkaardige woorden

jedoch
indessen
mal
eben
natürlich
wohl
aber
trotzdem
gewiss
allerdings

Betekenissen

Contrast met maar of toch

conjunction
communication
neutral
Leidt een contrast tussen twee zinnen in, dicht bij Nederlands maar, toch of echter.

Gebruik

Gebruik doch tussen zinnen wanneer de tweede zin duidelijk tegen de eerste ingaat.

Voorbeelden

  • Ich wollte kommen, doch der Zug fiel aus.
    Ik wilde komen, maar de trein viel uit.
  • Sie war müde, doch sie blieb bis zum Ende.
    Ze was moe, maar ze bleef tot het einde.
  • Das klingt einfach, doch es braucht Übung.
    Dat klinkt eenvoudig, maar het vraagt oefening.
  • Der Plan war riskant, doch er funktionierte.
    Het plan was riskant, maar het werkte.
  • Viele zweifelten, doch das Team machte weiter.
    Velen twijfelden, maar het team ging door.
  • Er hatte wenig Zeit, doch er half uns.
    Hij had weinig tijd, maar hij hielp ons.
  • Die Straße war glatt, doch niemand wurde verletzt.
    De weg was glad, maar niemand raakte gewond.

Veelvoorkomende fouten

Doch wordt met Nederlands toch gemengd of gebruikt waar aber nodig is.
IncorrectCorrect
Ich wollte kommen, aber doch der Zug fiel aus. Ich wollte kommen, doch der Zug fiel aus.
Doch ich hatte keine Zeit. Aber ich hatte keine Zeit.
Sie war müde, doch auch hungrig. Sie war müde und auch hungrig.
Der Plan war riskant, aber doch er funktionierte. Der Plan war riskant, doch er funktionierte.

Gelijkaardige woorden

Tegen de verwachting in

adverb
everyday
neutral
Laat zien dat iets toch gebeurt of waar blijkt na een tegengestelde verwachting.

Gebruik

Gebruik doch in de zin wanneer het resultaat verrassend is of tegen de verwachting ingaat.

Voorbeelden

  • Trotz allem hat sie es doch geschafft.
    Ondanks alles is het haar toch gelukt.
  • Ich dachte, der Laden sei geschlossen, aber er war doch offen.
    Ik dacht dat de winkel dicht was, maar hij was toch open.
  • Wir wollten absagen, sind dann aber doch gefahren.
    We wilden afzeggen, maar zijn toen toch gegaan.
  • Er hatte Angst, ging aber doch auf die Bühne.
    Hij was bang, maar ging toch het podium op.
  • Das Kind schlief zuerst nicht, wurde dann doch müde.
    Het kind sliep eerst niet, maar werd daarna toch moe.
  • Nach vielen Fehlern fand ich doch die richtige Lösung.
    Na veel fouten vond ik toch de juiste oplossing.
  • Die Nachricht klang falsch, erwies sich aber doch als wahr.
    Het bericht klonk onjuist, maar bleek toch waar.

Veelvoorkomende fouten

Doch komt op de verkeerde plaats wanneer het een verwachting corrigeert.
IncorrectCorrect
Am Ende hat sie es doch nicht geschafft, obwohl sie es schaffte. Am Ende hat sie es doch geschafft.
Wir sind doch gefahren gestern. Wir sind gestern doch gefahren.
Der Laden war doch offen, aber ich wusste es vorher. Der Laden war offen.
Ich fand doch die Lösung, ohne frühere Zweifel. Ich fand die Lösung.

Gelijkaardige woorden

Modale nadruk en houding

adverb
communication
informal
Voegt houding toe aan een mededeling, vraag, bevel of wens, vaak als herinnering, aandrang, verzachting of ongeduld.

Gebruik

Gebruik doch als modalpartikel alleen wanneer de zin ook houding of toon nodig heeft.

Voorbeelden

  • Das weißt du doch.
    Dat weet je toch.
  • Komm doch kurz her.
    Kom toch even hier.
  • Das ist doch nicht dein Ernst.
    Dat meen je toch niet.
  • Du hast doch den Schlüssel?
    Je hebt toch de sleutel?
  • Wenn er doch endlich käme!
    Kwam hij toch eindelijk!
  • Lass uns doch morgen fahren.
    Laten we toch morgen gaan.
  • Ich habe dir doch geholfen.
    Ik heb je toch geholpen.

Veelvoorkomende fouten

Doch wordt met Nederlands toch verward en staat daardoor vaak verkeerd.
IncorrectCorrect
Das weißt du toch. Das weißt du doch.
Komm doch mal hier. Komm doch mal her.
Du hast doch den Schlüssel nicht? Du hast doch den Schlüssel?
Ich habe doch dir geholfen. Ich habe dir doch geholfen.

Gelijkaardige woorden

Jawel op een ontkennende vraag

interjection
conversation
neutral
Beantwoordt een ontkennende vraag of uitspraak bevestigend.

Gebruik

Gebruik doch alleen wanneer een ontkennende vraag eigenlijk met jawel wordt beantwoord.

Voorbeelden

  • Hast du keinen Hunger? – Doch.
    Heb je geen honger? – Jawel.
  • Du kommst nicht mit? – Doch.
    Ga je niet mee? – Jawel.
  • Ist das nicht dein Buch? – Doch.
    Is dat niet jouw boek? – Jawel.
  • Hast du sie nicht angerufen? – Doch.
    Heb je haar niet gebeld? – Jawel.
  • Du hast es nicht gesehen? – Doch.
    Heb je het niet gezien? – Jawel.
  • Sind keine Plätze frei? – Doch.
    Zijn er geen plaatsen vrij? – Jawel.
  • War das nicht zu teuer? – Doch.
    Was dat niet te duur? – Jawel.

Veelvoorkomende fouten

Doch wordt vervangen door ja, nein of jawohl bij ontkennende vragen.
IncorrectCorrect
Hast du keinen Hunger? – Ja. Hast du keinen Hunger? – Doch.
Du kommst nicht mit? – Jawohl. Du kommst nicht mit? – Doch.
Ist das nicht dein Buch? – Nein, mein Buch. Ist das nicht dein Buch? – Doch.
War das nicht zu teuer? – Ja teuer. War das nicht zu teuer? – Doch.

Gelijkaardige woorden

Gebruik

Lees bij doch altijd de hele zin, want de waarde komt uit contrast, verwachting of een eerdere ontkenning.

Veelvoorkomende fouten

Doch wordt vaak te vast vertaald als één Nederlands woord, terwijl de keuze afhangt van contrast, verwachting, toon of antwoord.

Etymologie

Uit Middelhoogduits doch en Oudhoogduits doh of thoh, uit een Proto-Germaanse vorm die ook terugkomt in Oudengels þēah, de bron van Engels though.

Veelgestelde vragen

Wat betekent doch in het Duits?

Doch kan maar, toch, uiteindelijk of jawel betekenen en kan ook als modalpartikel houding toevoegen.

Is doch hetzelfde als aber?

Nee. Aber is het gewone woord voor maar, terwijl doch vaak meer contrast, omkering of toon meebrengt.

Hoe werkt doch als modalpartikel?

Doch kan herinneren, aandringen, een bevel verzachten, ongeduld tonen of verwachte instemming aangeven.

Wanneer is doch een antwoord?

Doch bevestigt een ontkennende vraag, zoals in Hast du keinen Hunger? – Doch.

Kan doch toch of uiteindelijk betekenen?

Ja. In Sie ist doch gekommen betekent doch dat ze toch gekomen is.

Waar staat doch in de Duitse zin?

Als bijwoord of modalpartikel staat doch meestal binnen de zin, vaak na de persoonsvorm en voor of na zinsdelen die al bekend zijn.

Is doch formeel of informeel?

De voegwoordelijke betekenis is neutraal, maar veel modalpartikel-gebruik hoort vooral bij gesproken en informele taal.

Welke woorden liggen dicht bij doch?

Nuttige buren zijn aber, jedoch, dennoch, trotzdem, ja en schon, maar geen enkel woord dekt alles.

Comments & contributions

Know this word from another angle? Add a correction, a nuance, or a usage note. New posts go public after a quick review.
Posting as a guest · Sign in
No comments yet. Be the first to add one.
Look up word or phrase...